Skip to main content

Analyse van de zelfevaluatie

De evaluator toetst de zelfevaluatie op consistentie en grondslagen. Hij vergelijkt ze met de vaststellingen die hij deed met betrekking tot het dagelijks functioneren van de geëvalueerde en diens bereikte resultaten. Hij kan daarnaast bijkomende informatie verzamelen, bepaalde gegevens laten valideren door de bevoegde stafdiensten of gesprekken voeren met getuigen.

In deze fase is een belangrijke rol weggelegd voor het externe bureau wanneer het gaat om de evaluatie van een voorzitter. De externe adviseur analyseert de zelfevaluatie en organiseert, indien nodig, een onderhoud met de geëvalueerde om zijn zelfevaluatie toe te lichten.

De externe adviseur zal op grond van de mondelinge en schriftelijke input van alle personen die bij het evaluatieproces betrokken zijn, een rapport opstellen en het bespreken met de minister of de staatssecretaris.

Dit rapport dient ter ondersteuning en structurering van het evaluatiegesprek en geeft een genuanceerde input over de geëvalueerde. Het rapport kan ook advies verstrekken over de optimalisatie van de managementcyclus. Het draagt bij tot de oplossing van eventuele knelpunten in verband met doelstellingen, de samenhang van de managementplannen en de aansturing ervan.

De geëvalueerde ontvangt een kopie van dit rapport om zich ten volle op het evaluatiegesprek te kunnen voorbereiden.

Er wordt bij de evaluatie geen rekening gehouden met de doelstellingen waarvan het niet bereiken geenszins afhing van de verantwoordelijkheid van de geëvalueerde.

De eindevaluatie van de mandaathouder wordt gestaafd met de beschrijvende evaluatieverslagen van de verstreken periodes voor de tussentijdse evaluaties en de totale periode van het mandaat voor de eindevaluatie.

Pagina laatst gewijzigd op 31 augustus 2016.