Skip to main content

Evaluatiegesprek

Na de zelfevaluatie en de analyse ervan heeft de evaluator een gesprek met de geëvalueerde. De mandaathouders kunnen, wanneer de evaluatoren niet van dezelfde taalrol zijn, alleen geëvalueerd worden door evaluatoren die beschikken over het certificaat voldoende of grondige kennis van de tweede taal. Als dit niet het geval is, dienen de evaluatoren te worden bijgestaan door een wettelijk tweetalige van de taalrol van de geëvalueerde. De wettelijk tweetalige woont het gesprek bij en keurt het verslag pas goed wanneer het de inhoud van het gesprek weerspiegelt.

Hetzelfde geldt wanneer de evaluator een minister of staatssecretaris is. Als hij en de geëvalueerde van een verschillende taalrol zijn, is het omwille van de juridische zekerheid bij eventuele latere beroepsprocedures aangeraden een wettelijk tweetalig ambtenaar van de taalrol van de geëvalueerde het gesprek te laten bijwonen en alle documenten ter zake mee te laten ondertekenen.

Pagina laatst gewijzigd op 15 mei 2014.