Deontologisch kader

De federale personeelsleden en in het bijzonder de hiërarchische meerderen hebben een voorbeeldrol op het vlak van deontologie.

De federale personeelsleden moeten dus in alle omstandigheden het algemeen belang dienen en niet hun eigen belangen, door de waarden en de normen van het openbaar ambt na te leven.

Het deontologisch kader bundelt en illustreert deze waarden en gedragsregels. Het vormt een gemeenschappelijk deontologisch platform voor alle ambtenaren van het federaal administratief openbaar ambt.

Het Bureau voor ethiek en administratieve deontologie, hierbij bijgestaan door de Adviesgroep ambtelijke ethiek en deontologie, vormt het centraal orgaan dat door de regering belast is met de invoering van een omvattend integriteitsbeleid dat rekening houdt met de internationale verplichtingen en aanbevelingen. Het deontologisch kader is één van de elementen van dit beleid.

De fundamentele waarden van dit deontologisch kader zijn:

  • Respect: de ambtenaren tonen respect in hun relaties binnen en buiten de overheid. Voorbeeld: ze moeten elke vorm van pesterijen of ongewenst seksueel gedrag vermijden.
  • Onpartijdigheid: voor een goede dienstverlening behandelen de ambtenaren de gebruikers op gelijke wijze.
    Voorbeeld: de ambtenaren moeten elke vorm van discriminatie vermijden.
  • Beroepsernst: de ambtenaren betrachten zorgvuldigheid in de besluitvorming en in het beheer van de hen ter beschikking gestelde middelen.
    Voorbeeld: de hiërarchische meerderen moeten bijdragen tot de ontwikkeling van de competenties van hun medewerkers.
  • Loyaliteit: de ambtenaren zijn trouw aan de democratische instellingen, aan de bestaande regelgeving en aan de uitvoering van het beleid.
    Voorbeeld: als ambtenaren ervan op de hoogte zijn dat andere ambtenaren of gebruikers onwettelijke praktijken verrichten, dan melden zij dit onmiddellijk aan hun hiërarchische meerdere.

Dit deontologisch kader heeft niet als doel te straffen, maar om ertoe te komen deze waarden dagelijks binnen het federaal administratief openbaar ambt toe te passen. Het doel is dus om samen te komen tot een betere werking van de staat en het vertrouwen van de burger te versterken.

Pagina laatst gewijzigd op 09 april 2014.