Skip to main content

Ontwerp van koninklijk besluit tot vaststelling van de toelagen en vergoedingen van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt

Datum: 
5 mei 2017

Dit nieuwsbericht vervangt het eerder gepubliceerde bericht van 23 december 2016. Door vakbondsonderhandelingen wijzigden een aantal items in het project.

De Ministerraad van 5 mei 2017 keurde in 2de lezing een project goed over een gemeenschappelijk kader voor de toelagen en vergoedingen voor de personeelsleden van het openbaar ambt.

Momenteel worden deze toelagen en vergoedingen geregeld door 33 verschillende koninklijke besluiten. Dit ontwerp, dat kadert binnen de harmonisering en de vereenvoudiging van het statuut, vereenvoudigt en actualiseert de administratieve procedures van toelagen en vergoedingen in één besluit.

Naast de talrijke redactionele vereenvoudigingen bevat het ontwerp de volgende belangrijke inhoudelijke wijzigingen:

  1. Algemeen principe

    Het algemeen principe waarbij een afwezigheid van meer dan 30 opeenvolgende werkdagen tot de schorsing van de betaling van een toelage leidt, blijft behouden. De volgende afwezigheden worden echter niet in aanmerking genomen bij de berekening van de 30 opeenvolgende werkdagen: een ouderschapsverlof en een moederschapsbeschermingsverlof, recuperaties, het jaarlijks vakantieverlof en afwezigheid door een arbeidsongeval of een beroepsziekte.
  2. Vakantiegeld

    De Copernicuspremie is geïntegreerd in de berekening van het vakantiegeld. Het vakantiegeld wordt voortaan gebracht op 92% van de wedde van de maand maart van het vakantiejaar. Het verkregen resultaat is hetzelfde, maar de berekeningswijze isvereenvoudigd.
  3. Directietoelage

    De toelage wordt toegekend:

    a. automatisch als het personeelslid rechtstreeks een team van minstens tien personeelsleden beheert
    b. als het personeelslid rechtstreeks een team van minstens vijf personeelsleden beheert en voor zover het door de leidend ambtenaar werd aangewezen om de toelage te krijgen.

    De toelage voor de personeelsleden van niveau D wordt verhoogd naar 1.000 euro (in plaats van 500 euro).
  4. Toelage voor de uitoefening van een hogere functie

    De leidend ambtenaar of zijn afgevaardigde is als enige bevoegd om een hogere functie aan te wijzen.

    Elke aanwijzing in een hogere functie of verlenging wordt ter akkoord voorgelegd aan de inspecteur van Financiën behalve als hij een vrijstelling van akkoord geeft.
  5. Toelage voor bijkomende prestaties

    Deze toelage maakt de betaling van overuren mogelijk, in plaats van de recuperatie en met akkoord van het personeelslid, in geval van onvoorziene omstandigheden die dringende maatregelen vereisen.

    Het nieuwe stelsel is van toepassing op alle personeelsleden van het federaal openbaar ambt en maakt definitief een einde aan het gebruik van het besluit van de Regent van 30 maart 1950.
  6. Toelage voor opleidingsactiviteiten

    Er wordt voor het hele federale openbare ambt een gemeenschappelijk reglementair kader gecreëerd voor de betaling van de opleidingsactiviteiten aan de personeelsleden die cursussen geven als dat geen deel uitmaakt van hun normale activiteiten. Tot nu toe beschikten slechts een aantal departementen over een specifiek reglementair kader ter zake.

    Deze gemeenschappelijke reglementaire sokkel houdt in dat alle specifieke reglementeringen met dit toel (van alle departementen) opgeheven worden.

    Het bedrag van de toelage wordt vastgesteld op 180 euro (niet-geïndexeerd) per dag cursus/opleiding. Dit mag toegekend worden aan een personeelslid dat, bovenop zijn gewone functie en zonder dat dat deel uitmaakt van de normale activiteiten, belast is met het geven van cursussen of opleidingen (die erkend zijn door het Directiecomité).

  7. Projecttoelage

    De projecttoelage wordt geschrapt. Er komt een overgangsbepaling voor personeelsleden die deze toelage kregen op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit KB.
  8. Vergoeding voor verplaastingskosten tussen de woonplaats en de werkplaats

    Naast wat er voorzien is door de regelgeving, kan het personeelslid een tussenkomst krijgen voor het gebruik van een persoonlijk vervoermiddel tussen de woonplaats en de werkplaats als de verplaatsing via het gemeenschappelijk openbaar vervoer onpraktisch is.
  9. Vergoeding voor reiskosten

    Het personeelslid dat zich moet verplaatsen in het kader van de uitoefening van zijn functie en dat het openbaar vervoer gebruikt, krijgt zijn verplaatsingskosten terugbetaald aan de prijs van een reis in tweede klas, ongeacht zijn niveau of zijn functie.
  10. Vergoeding voor verblijfkosten

    De toekenningsvoorwaarden voor de verblijfkosten worden verscherpt. Naast de voorwaarde van de afstand, die langer moet zijn dan 25 kilometer buiten de agglomeratie van de administratieve standplaats, moet de duur van de verplaatsing voortaan langer zijn dan 6 uur en mag deze er geen aanleiding toe geven dat de werkgever de maaltijdkosten op zich neemt of mag geen aanleiding geven tot een voordeel van dezelfde aard.

    Als het personeelslid regelmatig buiten de administratieve standplaats prestaties levert kan de leidend ambtenaar of zijn afgevaardigde beslissen om een maandelijkse forfaitaire vergoeding toe te kennen die gelijkstaat met een aantal keren de dagelijkse vergoeding (maximum 16 keer). Deze maatregel is doorgaans bestemd voor personeelsleden die een reizende functie uitoefenen.

    Dit systeem vervangt alle specifieke reglementeringen die overal in voege zijn. De personeelsleden die, bij inwerkingtreding van dit besluit, een reizende functie uitoefenen en een hogere vergoeding krijgen, kunnen die behouden.

    Voor de verplaatsingen in het buitenland worden de vergoedingen vastgelegd op basis van de vergoedingen bepaald voor de personeelsleden van de FOD Buitenlandse Zaken wanneer zij in het buitenland verblijven en meer bepaald voor het personeel van de centrale administratie (categorie 1). Deze gemeenschappelijke reglementaire sokkel impliceert de opheffing van alle specifieke reglementeringen aangenomen door de departementen met hetzelfde doel.
  11. Fietsvergoeding

    De definitie van een fiets wordt gewijzigd zodat het recht op de betaling van de vergoeding eveneens wordt opengesteld voor de personeelsleden die een elektrische fiets gebruiken, voor zover de maximale snelheid ervan niet hoger is dan 25 km per uur.

    Het bedrag van de vergoeding is gelijk aan het bedrag dat vrijgesteld is van belasting en wordt jaarlijks door de fiscale administratie vastgesteld voor het gebruik van de fiets.
  12. Vergoeding voor telewerk

    De vergoeding is gelijk aan de kosten van verbindingen en communicaties, met een maximale maandelijkse limiet die is vastgesteld op 20 euro per maand.
  13. Specifieke toelage en specifieke vergoeding

    Er kan steeds een specifieke toelage gecreëerd en toegekend worden aan het personeelslid voor verrichte prestaties die niet als normaal kunnen worden beschouwd.

    De nieuwe specifieke toelagen of specifieke vergoedingen zullen worden aangenomen door middel van een in de Ministerraad overlegd koninklijk besluit op voorstel van de betrokken minister.

Het project doorloopt nog een paar stappen voor het definitief in werking treedt

  • Advies van de Raad van State
  • Onderzoek van het advies van de Raad van State door de werkgroep Coördinatie
  • Handtekening van de Koning
  • Publicatie in het Belgisch Staatsblad

Pagina laatst gewijzigd op 10 mei 2017.