Skip to main content

In het Staatsblad: KB toelagen en vergoedingen personeel federaal openbaar ambt

Datum: 
19 juli 2017

De Ministerraad van 5 mei 2017 keurde een ontwerp van koninklijk besluit goed tot vaststelling van de toelagen en vergoedingen van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt. Dit koninklijk besluit werd op 19 juli 2017 in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. Het creëert een gemeenschappelijk kader voor de toelagen en vergoedingen voor de personeelsleden van het openbaar ambt en heft daarnaast een aantal andere besluiten op.

Dit koninklijk besluit treedt in werking op 1 september 2017. Tegen die datum wordt de info in de rubriek over toelagen en vergoedingen op Fedweb aangepast.

Naast de talrijke redactionele vereenvoudigingen bevat het ontwerp de volgende belangrijke inhoudelijke wijzigingen:

  1. vakantiegeld
  2. directietoelage
  3. toelage voor de uitoefening van een hogere functie
  4. toelage voor bijkomende prestaties
  5. toelage voor opleidingsactiviteiten
  6. projecttoelage
  7. vergoeding voor verplaastingskosten tussen de woonplaats en de werkplaats
  8. vergoeding voor reiskosten
  9. vergoeding voor verblijfkosten
  10. fietsvergoeding
  11. vergoeding voor telewerk
  12. specifieke toelage en specifieke vergoeding.
  1. Vakantiegeld

    De Copernicuspremie is geïntegreerd in de berekening van het vakantiegeld. Het vakantiegeld wordt voortaan gebracht op 92% van de wedde van de maand maart van het vakantiejaar. Het verkregen resultaat is hetzelfde, maar de berekeningswijze is vereenvoudigd.
     
  2. Directietoelage

    De toelage wordt toegekend:

    a) automatisch als het personeelslid rechtstreeks een team van minstens tien personeelsleden beheert
    b) als het personeelslid rechtstreeks een team van minstens vijf personeelsleden beheert en voor zover het door de leidend ambtenaar werd aangewezen om de toelage te krijgen.

    De toelage voor de personeelsleden van niveau D wordt verhoogd naar 1.000 euro (in plaats van 500 euro).
     
  3. Toelage voor de uitoefening van een hogere functie

    De leidend ambtenaar of zijn afgevaardigde is als enige bevoegd om een hogere functie aan te wijzen. Elke aanwijzing in een hogere functie of verlenging wordt voor akkoord voorgelegd aan de inspecteur van Financiën behalve als hij een vrijstelling van akkoord geeft. In het geval van een definitief vacante betrekking wordt een verlenging van de uitoefening van de hogere functie na 2 jaar mogelijk als de opgestarte procedure om de definitief vacante betrekking toe te kennen niet of nog niet heeft geleid tot de benoeming van een kandidaat.
     
  4. Toelage voor bijkomende prestaties

    Deze toelage maakt de betaling van overuren mogelijk, in plaats van de recuperatie en met akkoord van het personeelslid, in geval van onvoorziene omstandigheden die dringende maatregelen vereisen.

    Het nieuwe stelsel is van toepassing op alle personeelsleden van het federaal openbaar ambt en maakt definitief een einde aan het gebruik van het besluit van de Regent van 30 maart 1950.
     
  5. Toelage voor opleidingsactiviteiten

    Er wordt voor het hele federale openbare ambt een gemeenschappelijk reglementair kader gecreëerd voor de betaling van de opleidingsactiviteiten aan de personeelsleden die cursussen geven als dat geen deel uitmaakt van hun normale activiteiten. Tot nu toe beschikten slechts een aantal departementen over een specifiek reglementair kader ter zake.

    Deze gemeenschappelijke reglementaire sokkel houdt in dat alle specifieke reglementeringen met dit doel (van alle departementen) opgeheven worden.

    Het bedrag van de toelage wordt vastgesteld op 180 euro. Dit mag toegekend worden aan een personeelslid dat, bovenop zijn gewone functie en zonder dat dat deel uitmaakt van de normale activiteiten, belast is met het geven van cursussen of opleidingen (die erkend zijn door het Directiecomité).
     
  6. Projecttoelage

    De projecttoelage wordt geschrapt. Er komt een overgangsbepaling voor personeelsleden die deze toelage kregen op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit KB.
     
  7. Vergoeding voor verplaatsingskosten tussen de woonplaats en de werkplaats

    Naast wat er voorzien is door de regelgeving, kan het personeelslid een tussenkomst krijgen voor het gebruik van een persoonlijk vervoermiddel tussen de woonplaats en de werkplaats als de verplaatsing via het gemeenschappelijk openbaar vervoer onpraktisch is.
     
  8. Vergoeding voor reiskosten

    Het personeelslid dat zich moet verplaatsen in het kader van de uitoefening van zijn functie en dat het openbaar vervoer gebruikt, krijgt zijn verplaatsingskosten terugbetaald aan de prijs van een reis in tweede klas, ongeacht zijn niveau of zijn functie.
     
  9. Vergoeding voor verblijfkosten

    De toekenningsvoorwaarden voor de verblijfkosten worden verscherpt. Naast de voorwaarde van de afstand, meer dan 25 kilometer buiten de agglomeratie van de administratieve standplaats, moet de duur van de verplaatsing voortaan langer zijn dan 6 uur en mag deze er geen aanleiding toe geven dat de werkgever de maaltijdkosten op zich neemt of mag geen aanleiding geven tot een voordeel van dezelfde aard. Het bedrag van de dagelijkse vergoeding voor verblijfkosten is hetzelfde voor alle niveaus.

    Als het personeelslid regelmatig buiten de administratieve standplaats prestaties levert kan de leidend ambtenaar of zijn afgevaardigde beslissen om een maandelijkse forfaitaire vergoeding toe te kennen die gelijkstaat met een aantal keer de dagelijkse vergoeding (maximum 16 keer). Deze maatregel is doorgaans bestemd voor personeelsleden die een reizende functie uitoefenen.

    Dit systeem vervangt alle specifieke reglementeringen die overal in voege zijn. De personeelsleden die, bij inwerkingtreding van dit besluit, een reizende functie uitoefenen en een hogere vergoeding krijgen, kunnen die behouden.

    Voor de verplaatsingen in het buitenland worden de vergoedingen vastgelegd op basis van de vergoedingen bepaald voor de personeelsleden van de FOD Buitenlandse Zaken als ze in het buitenland verblijven en meer bepaald voor het personeel van de centrale administratie (categorie 1). Deze gemeenschappelijke reglementaire sokkel impliceert de opheffing van alle specifieke reglementeringen aangenomen door de departementen met hetzelfde doel.
     
  10. Fietsvergoeding

    De definitie van een fiets wordt gewijzigd zodat het recht op de betaling van de vergoeding eveneens wordt opengesteld voor de personeelsleden die een elektrische fiets gebruiken, voor zover de maximale snelheid ervan niet hoger is dan 25 km per uur.

    Het bedrag van de vergoeding is gelijk aan het bedrag dat vrijgesteld is van belasting en wordt jaarlijks door de fiscale administratie vastgesteld voor het gebruik van de fiets.
     
  11. Vergoeding voor telewerk

    De vergoeding is gelijk aan de kosten van verbindingen en communicaties, met een maximale maandelijkse limiet die is vastgesteld op 20 euro per maand.
     
  12. Specifieke toelage en specifieke vergoeding

    Er kan steeds een specifieke toelage of vergoeding gecreëerd worden door een in de Ministerraad overlegd ministerieel besluit op voorstel van de betrokken minister.

Meer info

Pagina laatst gewijzigd op 08 augustus 2017.