Skip to main content

Ministerraad: vereenvoudiging van het statuut (quick wins)

Datum: 
13 november 2015

Dit bericht wordt vervangen door het bericht van 15 juli 2016.

De Ministerraad van 13 november keurde een project goed dat het statuut van het overheidspersoneel vereenvoudigt.

Dit project bevat een reeks wijzigingen aan het administratief en geldelijk statuut die in zes thema’s worden ingedeeld:

  1. Uitbreiden verantwoordelijkheden leidende ambtenaren
  2. Mobiliteit van overheidspersoneel in de eigen administratie
  3. Elektronische kennisgeving mogelijk voor bevordering binnen niveau A
  4. Aanwerving contractueel personeel
  5. Technische verbeteringen aan de 'nieuwe geldelijke loopbaan'
  6. Andere vereenvoudigingen


Stappen voor de inwerkingtreding:

  • advies College OISZ
  • syndicale onderhandelingen
  • advies Raad van State
  • ondertekening door de Koning
  • publicatie Belgisch Staatsblad.

     

1. Uitbreiden van de verantwoordelijkheden van de leidend ambtenaren.

Bepaalde bevoegdheden van de minister worden overgeheveld naar de leidend ambtenaar:

  • in selecties:
    • aan de minister van Ambtenarenzaken de afwijking van de diplomavoorwaarde voor de houders van generieke attesten vragen
    • de bijzondere toelaatbaarheidsvereisten bepalen.
  • voor de loopbanen:
    • de personeelsleden van alle niveaus en klassen aanstellen voor de hogere ambten en zelf de aanstellingen verlengen
    • het ontslag van alle stagiairs uitspreken.
  • voor de bepaling van de administratieve standplaats en reiskosten:
    • afwijken van de regel waarbij de diensten van eenzelfde gemeente eenzelfde administratieve standplaats vormen
    • speciale toelating verlenen als het personeelslid verplaatsingen binnen de agglomeratie van de administratieve standplaats in rekening brengt
    • de administratieve standplaats bepalen als die niet samenvalt met de plaats waar de centrale administratie of de buitendienst is gevestigd.
  • bij verloven en afwezigheden:
    • zodra de disponibiliteit van de ambtenaar een jaar bereikt, beslissen of de betrekking waarvan hij titularis was als vacant moet worden beschouwd
    • bepalen welke functies (naast de functies A4 en A5) moeten worden uitgesloten van de verminderde prestaties wegens persoonlijke aangelegenheid, van de loopbaanonderbreking en van de afwezigheid van lange duur wegens persoonlijke aangelegenheden.

Het project voorziet ook in de overdracht van de bevoegdheid van de Koning naar de minister van Ambtenarenzaken wat betreft de classificatie van de functies in niveau A.
 

2. Mobiliteit van overheidspersoneel in de eigen administratie

  • Ambtshalve mutatie: de overheid kan in bepaalde omstandigheden (verhuis van de dienst, overname van bevoegdheden door een dienst in een andere administratieve standplaats, daling van de werklast in verhouding tot het aantal personeelsleden) een personeelslid naar een andere administratieve standplaats overplaatsen
  • Tijdelijke mutatie: een personeelslid kan naar een andere administratieve standplaats gemuteerd worden bij gezondheidsproblemen of ernstige familiale of sociale problemen
  • De stafdiensten P&O krijgen meer flexibiliteit bij de organisatie van de vrijwillige mutaties. Een bijkomende voorwaarde voor de vrijwillige mutatie is dat men bij de laatste evaluatie niet de vermelding ‘onvoldoende’ kreeg.
  • De administratieve standplaats van een personeelslid is, in de buitendiensten, niet meer verplicht beperkt tot 1 gemeente. Zo kan de leidend ambtenaar bepalen dat meerdere gemeentes, waarvan de respectievelijke centra niet meer dan 25 km van elkaar zijn verwijderd, eenzelfde administratieve standplaats vormen.
  • De procedure voor de verandering van graad is vereenvoudigd.
      

3. Elektronische kennisgeving mogelijk voor bevordering binnen niveau A

  • Kan voortaan ook via mail bezorgd worden: het vacaturebericht, de sollicitatie van het personeelslid en het voorstel van rangschikking dat voor elke vacante betrekking wordt opgesteld.
      

4. Aanwerven contractueel personeel

  • Het wordt mogelijk om bij aanwerving van contractuele personeelsleden af te wijken van de diplomavoorwaarde in geval van schaarste op de arbeidsmarkt.
             

5. Technische correcties aan de 'nieuwe geldelijke loopbaan' die op 1 januari 2014 in werking trad

  • het bedrag van de toelage voor een hoger ambt wordt vastgesteld op het ogenblik van de aanstelling en evolueert later niet meer
  • het personeelslid dat een nieuw contract krijgt of stagiair wordt in een hogere klasse of in een hoger niveau krijgt tot 31 december 2016 geen premie voor competentieontwikkeling. Die maatregel is echter niet retroactief. Bovendien is het voordeel van de premie voor competentieontwikkeling slechts verlengd tot 31 december 2015 voor wie voldoet aan de voorwaarden om een bonificatie te krijgen vanaf 1 januari 2016.
  • het bedrag van de eerste normale bonificatie moet idem van toepassing zijn voor het personeelslid dat zich niet kon inschrijven voor een gecertificeerde opleiding, omdat hij geen jaar niveau-anciënniteit had, en voor de ambtenaar die een jaar niveau-anciënniteit had maar zich niet kon inschrijven omdat zijn stage was verlengd
  • de vermelding ‘onvoldoende’ mag uiteindelijk niet minder impact hebben op de geldelijke loopbaan van een personeelslid dan de vermelding ‘te verbeteren’
  • een stagiair kan gedurende zijn stage geen bevordering naar een hogere weddeschaal krijgen
  • bevorderingen naar een hoger niveau en de hogere klasse: voor de toekenning van de hogere weddeschaal van het hogere niveau of de hogere klasse wordt er rekening gehouden met de toegekende bonificatie, zelfs als het bedrag daarvan is verminderd met het bedrag van de premie voor competentieontwikkeling.
               

6. Andere vereenvoudigingen:

  • de afschaffing van het jaarboek van het personeel
  • de vaststelling van de datum waarop aan de voorwaarde van de klasse-anciënniteit moet zijn voldaan, wordt de datum waarop het bericht van vacante betrekking wordt meegedeeld, zonder dat die datum vroeger mag zijn dan de datum waarop de vacature wordt opengesteld
  • de precisering waarbij het ter beschikking gestelde personeelslid van een andere federale dienst wordt geëvalueerd door de begunstigde federale dienst
  • de verduidelijking van een bepaling over de berekening van het vakantiegeld: de afwezigheid wegens ziekte voor een contractueel personeelslid heeft geen gevolgen voor de berekening van zijn vakantiegeld
  • de wijziging en update van de lijst van de adviesorganen die zijn vrijgesteld van de ‘evenwichtige verdeling van mannen en vrouwen’
  • de vermelding ‘te verbeteren’ verhindert net als de vermelding ‘onvoldoende’ een bevordering door verhoging in weddeschaal, door verhoging naar de hogere klasse of door overgang naar een hoger niveau of een verandering van graad
  • een personeelslid dat wordt bevorderd in de betrekking waarvoor hij hogere functies uitoefende, en die een lagere wedde krijgt dan zijn vorige wedde + de toelage voor hogere functies, behoudt zijn wedde, tot hij een equivalente wedde krijgt in zijn nieuwe graad/klasse
  • personeelsleden behouden hun oude weddeschaal (eventueel verhoogd met toekomstige bonificaties) als die gunstiger is dan de wedde die ze krijgen na een bevordering naar de hogere klasse of een hoger niveau.

Pagina laatst gewijzigd op 18 juli 2016.