Skip to main content

Mandaatsysteem: dynamisering

Datum: 
7 februari 2014

illuDe Ministerraad van 31 januari 2014 heeft ontwerpen van koninklijk besluit om het mandaatsysteem te dynamiseren goedgekeurd. Hiermee wordt een bepaling van het regeerakkoord uitgevoerd.

Personen op wie deze ontwerpen betrekking hebben:

  • de houders van managementfuncties in FOD's en POD's
  • de houders van staffuncties in FOD's en POD's
  • de houders van management- en staffuncties in bepaalde ION
  • de houders van managementfuncties (en in sommige gevallen ook staffuncties) binnen de OISZ.

De ontwerpen van koninklijk besluit voorzien in de wijziging van de selectie en de evaluatie van de mandaathouders, maar ook in de verlenging van de mandaten en de tijdelijke vervanging van de mandaathouders.

Bovendien werd een ontwerp van koninklijk besluit goedgekeurd dat de invoering regelt van een eerste generatie van bestuursovereenkomsten in de FOD’s en de POD’s.

1. Selectie

a. De mandaatfuncties N-2 en N-3 worden ook toegankelijk voor niet-ambtenaren.

b. De kandidaten leggen een computergestuurde assessmentproef af die aangepast is aan het niveau van de openstaande functie.

Er worden drie niveaus gedefinieerd:

i. het niveau dat de wegingklassen 7 en 6 bevat

ii. het niveau dat de wegingklassen 5 en 4 bevat

iii. het niveau dat de andere wegingklassen bevat.

c. Een kandidaat die niet geslaagd is voor de computergestuurde assessmentproef voor een niveau, wordt gedurende een periode van zes maanden uitgesloten van het opnieuw afleggen van dezelfde proef of een proef voor een hoger niveau.

d. Als de kandidaat geslaagd is, wordt de vrijstelling van de computergestuurde assessmentproef toegekend, gedurende 2 jaar voor elke andere management- of staffunctie van hetzelfde of een lager niveau. Er wordt eveneens vrijstelling toegekend aan de houders van een management- of een staffunctie van hetzelfde of een hoger niveau.

e. De afgevaardigd bestuurder van Selor kent vrijstelling van een of meer modules (behalve van de laatste module) toe aan de houders van een management- of een staffunctie, alsook aan de vroegere houders van een van deze functies, van wie het mandaat sinds minder dan twee jaar beëindigd is.

Die vrijstelling wordt niet toegekend aan houders of vroegere houders van een management- of staffunctie die tijdens hun mandaat minstens een evaluatie kregen met de vermelding 'onvoldoende' of met de vermelding 'te ontwikkelen'.

2. Evaluatie

a. Er zal jaarlijks een evaluatie plaatsvinden. De eerste 5 cycli eindigen met een tussentijdse evaluatie. De laatste wordt afgesloten met een eindevaluatie. De zelfevaluatie, die in de vorige ontwerpen werd geschrapt, wordt toch behouden.

b. Op het einde van elke evaluatie krijgt men een van deze 4 vermeldingen: uitstekend, voldoet aan de verwachting, te ontwikkelen of onvoldoende. De vermeldingen die de evaluatie besluiten, hebben enkel nog betrekking op het realiseren van de doelstellingen. Mits een specifieke motivering kunnen de vermeldingen naar beneden herzien worden als blijkt dat de houder van de managementfunctie slechts een kleine persoonlijk bijdrage heeft geleverd aan het bereiken van de doelstellingen in de resultaatgebieden vermeld in het functieprofiel, of als blijkt dat de feitelijke elementen die besproken werden tijdens het evaluatiegesprek een negatieve weerslag hebben op de uitoefening van de managementfunctie.

c. Bij een eindevaluatie met de vermelding 'te ontwikkelen' ontvangt de betrokkene een beëindigingsvergoeding.

d. Het model van het beschrijvend evaluatieverslag zal worden vastgelegd bij ministerieel besluit.

e. Het beroepsorgaan beslist niet meer, maar brengt een advies uit.

3. Verlenging van het mandaat en vervanging

a. Als de houder van de management- of staffunctie de leeftijd van 65 jaar bereikt tijdens het mandaat kan hij vragen zijn mandaat te verlengen tot het einde ervan, per maximale periode van een jaar. Er wordt een overgangsmaatregel ingevoerd voor de houders van managementfuncties die binnen minder dan 6 maanden na inwerkingtreding van dit besluit de leeftijd van 65 jaar bereiken, en voor hen die op de datum van inwerkingtreding van dit besluit reeds de leeftijd van 65 jaar hebben bereikt en die op deze datum reeds genieten van een verlenging van hun mandaat. Zij moeten de aanvraagtermijn van 6 maanden niet respecteren.

b. De minister of de staatssecretaris kan het mandaat van de houder van de management- of staffunctie verlengen als de procedure om hem te vervangen ingezet werd, op een regelmatige wijze vervolgd wordt, maar nog niet heeft geleid tot een aanstelling. Voor mandaathouders N-1, -2 en -3 gebeurt de verlenging op voordracht van de voorzitter van het directiecomité. De verlenging is beperkt tot zes maanden, maar is hernieuwbaar. Vanaf de tweede verlenging van het mandaat van voorzitter is het eensluidend advies binnen de Ministerraad vereist.

c. De minister of de staatssecretaris kan voorzien in de tijdelijke vervanging van een houder van een management- of staffunctie door een andere houder van een management- of staffunctie, of een rijksambtenaar van de klassen A4 of A5 ermee te belasten om dat mandaat uit te oefenen. Die vervanging kan enkel gebeuren als de betrekking vacant is verklaard en als de vervangingsprocedure ingezet werd, en regelmatig wordt opgevolgd.

Deze persoon maakt bij voorkeur deel uit van dezelfde FOD of dezelfde POD. In het geval van een managementfunctie -1, -2 of -3 kan alleen over de verlenging worden beslist door de minister of de staatssecretaris op voordracht van de voorzitter van het directiecomité of van de voorzitter. De tijdelijke vervanger krijgt (gedurende maximaal 1 jaar) een directiepremie toegekend.

d. Om te solliciteren voor een tweede mandaat moet de mandaathouder minstens de vermelding 'voldoet aan de verwachtingen' gekregen hebben na afloop van zijn eerste mandaat. Om voor een derde mandaat te solliciteren moet hij de vermelding 'uitstekend' gekregen hebben na afloop van zijn tweede mandaat. Onder 'eerste mandaat' moet men het mandaat verstaan dat lopende is bij de inwerkingtreding van het eerste managementplan of operationeel plan, al naargelang het geval, dat afgesloten wordt na de inwerkingtreding van dit besluit.

4. Einde van het mandaat

De terugvalpositie die in de vorige ontwerpen werd ingevoerd (bij terugkeer naar de dienst van herkomst na afloop van minstens 2 mandaten wordt hij bevorderd naar de eerste weddenschaal van de klasse die onmiddellijk hoger is dan deze waarin deze benoemd is, op voorwaarde dat hij niet bevorderd werd tijdens zijn mandaten) wordt geschrapt.

5. Evaluatie van dit besluit

De toepassing van dit besluit wordt geëvalueerd ten laatste drie jaar na de inwerkingtreding ervan.

6. Invoering van bestuursovereenkomsten in de FOD’s en de POD’s

Er wordt een ontwerp van koninklijk besluit goedgekeurd waardoor de managementplannen en operationele plannen van de houders van management- en staffuncties in de FOD’s en POD’s voortaan de vorm kunnen aannemen van een bestuursovereenkomst en een bestuursplan. Ten laatste op 1 januari 2016 zouden de eerste bestuursovereenkomsten uitwerking moeten krijgen. Onder bepaalde voorwaarden kan de uitwerking ervan reeds eerder plaatsvinden.

Fases voor de inwerkingtreding

  • Advies Raad van State
  • Bespreking Werkgroep Beleidscoördinatie
  • Eventueel opnieuw op de Ministerraad
  • Ondertekening door de Koning
  • Publicatie in het Belgisch Staatsblad

Wat betreft het ontwerpbesluit inzake de invoering van de bestuursovereenkomsten

  • Syndicale onderhandelingen
  • Advies Raad van State
  • Ondertekening door de Koning
  • Publicatie in het Belgisch Staatsblad

Pagina laatst gewijzigd op 10 februari 2014.