Skip to main content

Soorten mandaatfuncties

Managementfuncties

Er bestaan vier managementfuncties in de FOD’s en de POD’s:

1. De voorzitter van het directiecomité (N) is verantwoordelijk voor het beheer van een FOD of POD (zowel wat betreft de strategie als het dagelijks beheer).
2. De directeur-generaal (N-1) superviseert de activiteiten van een directoraat-generaal, dat verschillende directies kan omvatten.
3. De directeur (N-2) is verantwoordelijk voor de goede werking van zijn directie, voor de verwezenlijking van de doelstellingen en de ontwikkeling van zijn personeel.
(4. De gewestelijk directeur (N-3) is verantwoordelijk voor een gedecentraliseerde dienst.)

In de instellingen van openbaar nut (ION’s) zijn de managementfuncties de volgende:

1. Administrateur-generaal of directeur-generaal
2. Adjunct-administrateur-generaal of adjunct-directeur-generaal
3. De managementfunctie -1
   
In de OISZ’s, zijn de managementfuncties de volgende :
1. Administrateur-generaal
2. Adjunct-administrateur-generaal
3. De managementfunctie -1

Staffuncties

De stafdiensten zijn verantwoordelijk voor het operationele beleid inzake financiële middelen, personeel en gebruik van informatie- en communicatietechnologieën.

Binnen hun activiteitendomein ondersteunen ze met hun kennis en hun specifieke technische vaardigheden de beheersfunctie van het management en ze staan in het bijzonder in voor de uitvoering van de beleidslijnen.

Bij de federale overheidsdiensten, OISZ’s en ION’s worden er vier staffuncties van niveau N–1 voorzien:

  • Personeel en Organisatie
  • Budget en Beheerscontrole
  • Informatie- en communicatietechnologie
  • Interne audit (naargelang het geval)

Andere stafdiensten kunnen in het organogram worden opgenomen.
 

De directiefuncties in de OISZ

Binnen de OISZ kunnen de klassen A3, A4 en A5 directiefuncties omvatten.

De houders van een directiefunctie worden aangesteld voor een duur van 6 jaar.
 

De mandaatfuncties binnen de federale wetenschappelijke instellingen

Binnen de federale wetenschappelijke instellingen bestaan:

  • een type managementfunctie: de functie van directeur-generaal. Het statuut van titularis van deze functie wordt geregeld door het koninklijk besluit van 29 oktober 2001 betreffende de aanduiding en de uitoefening van managementfuncties in de FOD’s en POD’s, met uitzondering van de afwijkende bepalingen die opgenomen staan in het koninklijk besluit van 13 april 2008
  • een type staffunctie: de functie van directeur-generaal van de ondersteunende dienst. Het statuut van titularis van deze functie wordt geregeld door het koninklijk besluit van 2 oktober 2002 betreffende de aanduiding en de uitoefening van de staffuncties in de federale overheidsdiensten en de programmatorische federale overheidsdiensten in de FOD’s en POD’s, met uitzondering van de afwijkende bepalingen die opgenomen staan in voornoemd koninklijk besluit van 13 april 2008.
  • een mandaat voor de titularissen van een leidinggevende functie: de functie van operationeel directeur. Het betreft functies die belast zijn met het wetenschappelijk beheer van de instelling waarop de bepalingen van het koninklijk besluit van 13 april 2008 over het statuut van het wetenschappelijk personeel van toepassing zijn.

Pagina laatst gewijzigd op 31 augustus 2016.