Skip to main content

Evaluatie en stage

Op deze pagina geven we een overzicht van de FAQ over de invloed van het Coronavirus op de toepassing van het federaal personeelsstatuut over evaluatie en stage. Onderaan de pagina vind je linken naar de regelgeving en naar de tot nu toe gepubliceerde nieuwsberichten.

1) Gesprekken en termijnen

2) Gesprekken – modaliteiten – Videoconferentie (gebruik van ICT)

3) Ambtshalve vermelding (artikel 6) en dienstvrijstelling

4) Periodes en evaluaties

5) Stage

 

1) Gesprekken en termijnen

  • Belemmeren de coronamaatregelen van COVID-19 om gesprekken te voeren?

    Neen, de coronamaatregelen (COVID-19) belemmeren niet om gesprekken te houden

  • Planningsgesprekken kunnen niet tijdig gebeuren?

    Neen. Planningsgesprekken worden niet uitgesteld vanwege maatregelen in verband met het coronavirus COVID-19. Er zijn geen juridische obstakels voor het houden van de gesprekken. De continuïteit van het evaluatieproces wordt namelijk niet belemmerd door de uitzonderlijke werksituatie wegens de gezondheidscrisis ten gevolge van het coronavirus COVID-19.

    De gesprekken vinden plaats volgens de regels van het koninklijk besluit van 24 september 2013 betreffende de evaluatie in het federaal openbaar ambt (KB Evaluatie). Thuiswerken heeft, meer dan normaal, wegens de maatregelen genomen in het kader van de gezondheidscrisis ten gevolge van het coronavirus COVID-19 geen invloed op het evaluatieproces.

  • Wanneer wordt een termijn overschreden en wat zijn de gevolgen?

    In het KB Evaluatie zijn alle termijnen (behalve die voor het indienen van een beroep) termijnen van orde, wat betekent dat er geen sanctie of blokkering is als ze worden overschreden. Ze zijn indicatief. De termijn van 20 werkdagen om in beroep te gaan is een uiterste termijn.
    De juridische gevolgen van het overschrijden van een termijn zijn afhankelijk van de aard ervan (hier termijn van orde of uiterste termijn) of van de bepaling die daarin voorziet.

    Bij termijnen van orde wordt de mogelijke overschrijding ervan beoordeeld door de beroepsinstantie waarbij dit aanhangig wordt gemaakt.
    Bij de uiterste termijn (termijn voor het indienen van een beroep) leren rechtsleer en rechtspraak dat overschrijding ervan leidt tot het verval te handelen.

  • Gebeuren de planningsgesprekken laattijdig wegens de gezondheidscrisis COVID-19?

    Neen. De termijn voor een planningsgesprek is een termijn van orde. Die is met andere woorden indicatief en een mogelijke vertraging in de timing van het planningsgesprek betekent niet noodzakelijkerwijs dat het ‘laattijdig’ zou zijn. Het KB Evaluatie bepaalt immers niets anders dan dat het planningsgesprek ‘vanaf het begin van de evaluatieperiode’ moet plaatsvinden (artikel 7, derde lid). Het gaat hier dus niet om een vaste datum, of zelfs een bevroren moment, in de loop van een periode.

    De beoordeling van de naleving van de tijdsvoorwaarde ‘begin van de periode’ om het planningsgesprek te houden varieert naargelang de omstandigheden: de periode, het begin en de duur, rekening houdend hetzij met eventuele afwezigheden, hetzij met ander onvoorziene factoren die het houden van het gesprek kunnen belemmeren of vertragen,….

    Zo zal, gedurende een periode die begint op 1 januari, in het geval van een beroep, zonder bijzondere toelichting, het in juni gevoerde planningsgesprek niet geacht worden te hebben plaatsgevonden aan het begin van de periode.

    Anderzijds zou het planningsgesprek in juni worden geacht te hebben plaatsgevonden aan het begin van de periode, gerechtvaardigd door de uitzonderlijke werkcontext sinds 18 maart als gevolg van de gezondheidscrisis (coronavirus COVID-19) en waarbij het gesprek niet kon plaatsvinden vanwege bijvoorbeeld de ziekte van de evaluator, de afwezigheid van apparatuur voor videoconferenties, enz.

  • Wanneer gebeurt een planningsgesprek laattijdig?

    De vraag of een planningsgesprek laattijdig gebeurt, rijst alleen in geval van beroep tegen de evaluatievermelding; deze wordt geval per geval beoordeeld op basis van het begin en het einde van de periode, de duur, de persoon die zich op de laattijdigheid beroept, de gevolgen van deze laattijdigheid, een mogelijk geval van overmacht (de gezondheidscrisis ten gevolge van het coronavirus COVID-19 vormt zo’n geval van overmacht), ...

    Ervan uitgaande dat er een vertraging is opgemerkt, maakt dit de vermelding niet ongeldig. Het is ook de beroepsinstantie die de impact van de overschrijding op de vermelding beoordeelt en, als de beroepscommissie de toekenning van een andere vermelding heeft voorgesteld, is het uiteindelijk aan de leidend ambtenaar om de definitieve vermelding toe te kennen.

    Voorbeeld van laattijdigheid met gevolgen voor de evaluatie: als er geen bijzondere omstandigheid is die de vertraging bij het houden van het gesprek verklaart en als de geëvalueerde door deze vertraging niet voldoende tijd had om de doelstellingen die tijdens het planningsgesprek waren overeengekomen te bereiken, zou deze laattijdigheid een argument kunnen zijn ten gunste van de geëvalueerde, mocht hij zijn evaluatievermelding betwisten.

  • Moet de kennisgeving van een verslag en een evaluatievermelding worden uitgesteld?

    Neen. Het evaluatieproces gaat normaal door. De partijen zorgen ervoor dat de termijnen van orde worden gerespecteerd. De geëvalueerde respecteert de uiterste termijn voor de indiening van zijn eventuele beroep.

2) Gesprekken – modaliteiten – Videoconferentie (gebruik van ICT)

  • Kunnen evaluatiegesprekken gebeuren via skype? Ook in het kader van de stage?

    Ja, we raden aan om gebruik te maken van informatica, meer bepaald van videoconferentiesystemen, om de gesprekken te houden.
    Voorbeelden van applicaties waarmee dat mogelijk is: Skype, Microsoft Teams, ... De gesprekken worden gehouden onder de voorwaarden bepaald door het KB van 24/09/2013.

    Omdat de vorm van de gesprekken (‘discussie gevolgd met een of meer personen’, Larousse) niet gereglementeerd is, is hij niet beperkt tot een gesprek in de fysieke aanwezigheid van de betrokkenen, maar kan het gesprek onder andere plaatsvinden via videoconferentie.

  • Wat met de aanwezigheid van een vakbondsafgevaardigde?

    De rechtspraak van de FOD BOSA om een personeelslid dat daarom verzoekt zich tijdens zijn gesprekken te laten bijstaan, hoewel dit niet in het KB van 24/09/2013 is vastgelegd en evenmin in het vakbondsstatuut voor de vakbonds-vertegenwoordigers, wordt niet aangetast door de uitzonderlijke situatie die is ontstaan door de dringende maatregelen van de regering ter bestrijding van de verspreiding van het COVID-19-coronavirus.

    Er moet enkel voor gezorgd worden dat de partijen die aan een gesprek deelnemen over de materiële voorwaarden beschikken om het gesprek via videoconferentie te laten verlopen.

  • Wat met de vertrouwelijkheid wanneer men een videoconferentieapplicatie gebruikt?
     
    In het KB Evaluatie is er geen vertrouwelijkheids-regel voorzien met betrekking tot de gesprekken. Het KB Evaluatie bepaalt tussen wie de verschillende gesprekken plaatsvinden.

  • Wat met personeelsleden met medische problemen die verhinderen dat de gesprekken plaatsvinden?

    Als een personeelslid ziek is, stelt de afwezigheid wegens ziekte het gesprek uit zoals bepaald in het KB Evaluatie.

  • Vormt een handicap een belemmering voor het houden van de gesprekken?

    Het virtuele karakter van een gesprek vormt a priori geen belemmering voor mensen met een handicap. Het personeelslid met een handicap dat telewerkt en over faciliteiten beschikt om het gesprek te houden, is immers niet verhinderd.
    Mogelijke situaties waarbij het gesprek niet kan plaatsvinden door de handicap moeten geval per geval worden beoordeeld.

    Dus:

    • als het gehandicapte personeelslid telewerkt en over faciliteiten beschikt om het gesprek te houden, maar onder onbehaaglijke of stresserende omstandigheden die schadelijk zouden kunnen zijn, verdient het de voorkeur het gesprek uit te stellen tot zijn fysieke terugkeer naar zijn werkplaats

    • als het gehandicapte personeelslid telewerkt en niet over faciliteiten beschikt om het gesprek te houden, wordt het gesprek uitgesteld tot zijn fysieke terugkeer naar zijn werkplaats.

  • Wat met een videoconferentie voor een personeelslid dat thuis niet over de nodige computerapparatuur beschikt?

    Dit bijkomstige geval belet dat het gesprek via videoconferentie kan plaatsvinden. Als er geen alternatief middel bestaat om het gesprek te voeren, dan kan men de houding aannemen om het gesprek uit te stellen tot het ogenblik van de hervatting van het werk op de werkplek.

  • Wat met een personeelslid dat weigert de videoconferentietool te gebruiken?

    Als een departement een videoconferentietool ter beschikking stelt van zijn personeelslid en zijn federale dienst deze tool gebruikt voor de evaluaties en het personeelslid weigert de door zijn departement gekozen tool te gebruiken, dan stelt hij zich bloot aan tuchtrechtelijke vervolgingen. Hij weigert immers om de richtlijnen van zijn hiërarchie te respecteren.

  • Wat als de videoconferentie voor het planningsgesprek wordt geweigerd? Is bemiddeling mogelijk? Wat als er een beroep is?

    Door niet te reageren op de uitnodiging voor een plannings- (of functie-)gesprek of door het gesprek te weigeren, spreekt het personeelslid zijn onenigheid uit en schakelt hij de bemiddeling in die voorzien is in artikel 7 van het KB van 24/09/2013, die kan plaatsvinden via dezelfde alternatieve communicatiemiddelen.

    Indien de geëvalueerde weigert of niet reageert, is de evaluator verplicht om de mislukking van de bemiddeling vast te stellen en is de directeur/ directeur-generaal verplicht om eenzijdig de prestatie- en ontwikkelingsdoelstellingen te bepalen.

  • Hoe zit het met het houden van een telefonisch gesprek?

    Het houden van een telefonisch gesprek is technisch mogelijk omdat het een langdurig gesprek tussen de betrokken partijen mogelijk maakt.
    Rekening houdend echter met de jurisprudentie van de FOD BOSA, die aanraadt om een gesprek onder vier ogen te houden, is het, als een videogesprek niet mogelijk is en als de medewerker bezwaar maakt tegen het telefonische gesprek omdat hij zijn gesprekspartner dan niet kan zien, raadzaam om het gesprek liever uit te stellen.

3) Ambtshalve vermelding (artikel 6) en dienstvrijstelling

  • Wordt een eventuele dienstvrijstelling die specifiek is voor de huidige gezondheidscrisis in aanmerking genomen bij de aanrekening van de afwezigheden?

    Ja, een eventuele dienstvrijstelling die specifiek is voor de huidige gezondheidscrisis wordt in aanmerking genomen bij de aanrekening van de afwezigheden (met geldelijke anciënniteit) van artikel 6 van het KB van 24/09/2013.

4) Periodes en evaluaties

  • Wat met de evaluatie in geval van terbeschikkingstelling in het kader van de gezondheidscrisis ten gevolge van het coronavirus COVID-19?

    De evaluatie gebeurt in de federale dienst van het personeelslid dat tijdelijk ter beschikking is gesteld. De lopende periode wordt voortgezet.

  • Wat met de beoordeling van het bereiken van de doelstellingen in termen van opbrengst?

    De te bereiken doelstellingen zijn de doelstellingen die zijn overeengekomen tijdens het planningsgesprek en die in het verslag zijn goedgekeurd.

    De organisaties zullen er echter voor zorgen dat de uitzonderlijke omstandigheden ten gevolge van de huidige gezondheidscrisis die de prestaties van personeelsleden hebben beïnvloed, geen reden vormen voor het toekennen van een negatieve evaluatievermelding.

    We denken aan personeelsleden van wie de arbeidsomstandigheden thuis door de lockdown worden bemoeilijkt (jonge kinderen die regelmatig zorg en aandacht nodig hebben, een groot gezin in een kleine woonruimte waardoor ze niet in een rustige omgeving kunnen werken, enz.).

5) Stage

  • Wordt de continuïteit van het stageproces verhinderd wegens de gezondheidscrisis?

    Zelfs als ze niet optimaal is, wordt de continuïteit van het stageproces niet verhinderd door uitzonderlijk telewerk wegens de gezondheidscrisis. Enkel het onderzoek van de dossiers die bij de beroepscommissie inzake evaluatie zijn ingediend zou vertraging oplopen, omdat de procedures voor de beroepscommissies inzake evaluatie zijn opgeschort.

    In afwachting van een beslissing of een voorstel van de commissie die bevoegd is in een stagedossier gaat de stage verder.

  • Wat met de indiensttreding tijdens de gezondheidscrisis?

    We raden elke organisatie aan om zorgvuldig af te wegen of de stagiair uitgerust kan worden met de nodige apparatuur, taken kan toegewezen krijgen en of hij/zij eventueel van op afstand kan begeleid worden. Indien de omstandigheden of de aard van de functie dit niet toelaten is het beter de indiensttreding uit te stellen.

Pagina laatst gewijzigd op 30 april 2020.